| 10 jaar, 6 maanden, 3 weken en 6 dagen |
| VANDAAG |
| Naar het park met Mama |
| 7 jaar, 2 maanden, 3 weken en 6 dagen |
| VANDAAG |
| Naar het Afrika-museum met Sjaak en Wilma |
| Weer naar huis |
| Sterke Russen stoten Oranje uit EK Rusland heeft het Nederlands elftal uit het EK gestoten. De ploeg van Hiddink was de terechte winnaar van een confrontatie die het grotendeels domineerde: 3-1. |
|
| Schade door noodweer in Gelderland In Gelderland heeft noodweer flinke schade aangericht. In Arnhem en omgeving zijn auto's beschadigd en bomen in één keer ontbladerd door hagelstenen zo groot als duiveneieren. Er wordt veel wateroverlast gemeld. De buien trekken nu naar het noorden weg. Tijdens buien kunnen stevige windvlagen voorkomen. |
|
![]() |
| Jan is weer thuis. Hij is vreselijk verwend bij Sjaak en Wilma en heeft ‘welpies’ bij zich. En veel ervan! Er breek even een postume oranjekoorst uit bij Max en Jan. |
| Noodweer |
| Max en ik gaan naar het park. Het is lekker weer en er is van alles te doen op zondag. Er is muziek in vele smaken en op dit moment staat het er vol met beelden. Voor ‘onze’ muziek is het nog iets te vroeg, dus eten we een ijsje, parkeren de fietsen en duiken nog even de donkere delen van het park in, op zoek naar de Grote Kunst. Tussen de bomen ontdekken we vreemde dingen: totempalen met een indianenhut, balonnenbubbels van doorzichtig plastic, kleurige paarse kerstballen, een toren van planken. Max is matig geïnteresseerd, maar doet toch dapper mee als ik mijn fantasieën over vorm en betekenis spui. Het is donker in het dichte deel van het park, maar het lijkt wel of het steeds donkerder wordt. Ik kijk even naar boven tussen de boomkruinen door en zie ineens ik dat de lucht loodgrijs is. Dan begint het daarboven naargeestig te rommelen. Geen enkel dondertje, maar een continue gedreun. Aanzwellend van hard naar zacht en weer terug. Nog geen flitsen, gelukkig nog geen flitsen. Ik zie een lichte huivering door Max heen gaan. Hij heeft het ook gehoord: ‘Gaat het onweren, Mama?’ Max is als de dood voor onweer, vooral voor de flitsen. De kleur van de lucht zegt mij maar één ding: Naar huis, zo snel als we kunnen! Deze wordt heftig.’ Ons huis staat wagenwijd open en met een angstig jongetje wil ik niet hier zijn als het losbarst. Natuurlijk ben ik door alle bomen mijn oriëntatie compleet kwijt. Maar gelukkig heb ik Max bij me: die vindt overal de weg terug, dus de fietsen hebben we toch redelijk snel weer gevonden. Ik trap zo hard als Max mij bij wil houden, maar na de eerste flitsen wil ook hij een stukje sneller. De eerste druppels vallen al, als we bij de voordeur aankomen. Ik installeer Max voor de televisie met iets lekkers en wat te drinken. Alle gordijnen dicht, alle lampen aan. En dan als een razende het huis door om alle ramen en deuren dicht te maken. Het waait inmiddels flink en alles kleppert in het bovenhuis. Als ik de balkondeur op mijn eigen kamertje heb dichtgetrokken, valt er een waterscherm uit de lucht. Het dak naast ons balkon is een waterval, de goten stromen over. Afgerukte bladeren wapperen door de lucht. De bomen dansen alle kanten op. Er ketst iets heel hard tegen het raam: het klikt als een flinke kiezelsteen. En dan nog meer: hagelstenen zo groot als pingpongballen. Een keienregen. De wind staat recht op de ramen en wil ze er dwars doorheen hebben. Met mijn handen druk ik tegen aan de andere kant van de ramen. Het glas trilt. Ik bedenk wat ik kan gebruiken om het tegen te houden, als het glas niet meer houdt. Waar de kit niet meer helemaal sluit, sijpelt water door het kozijn heen. Met één oog houd ik het glas in de gaten, met het andere de goot die vorig jaar een overstroming binnen veroorzaakte. Ineens staat Max achter me. Tranen in zijn ogen. Mijn angst gaat opzij. ‘Wauw Max, moet je kijken wat een hagelstenen!’, bluf ik de situatie in het bijzondere. Als ik nog eens achter me kijk, is hij verdwenen. En dan, zo snel als de regen kwam, breekt de zon weer door. Helderblauwe lucht tussen de wolken. Windstil staan de bomen na te druppen. Brokjes ijs liggen opgehoopt in de hoeken van het balkon te smelten. De straat aan de andere kant van het huis, ligt bezaaid met bladeren en takjes. Ze kraken onder de voeten van mensen die aarzelend uit hun huizen komen om de schade aan huis en tuin op te nemen. Ik loop de trap af en vind Max weer in de helverlichte woonkamer met alle gordijnen nog dicht. Ik doe ze open en de lampen uit. De zon straalt vriendelijk naar binnen, alsof er niks gebeurd is. Een glimlach na een afranseling. Verdwaasd ga ik naast Max op de bank zitten. Hij kijkt televisie, maar nu ook met een half oog naar het uitzicht wat ik net heb onthult. Hij zegt niks, maar vertrouwt het duidelijk nog niet. ‘Het is voorbij’, stel ik hem gerust. ‘Gelukkig waren we niet meer buiten, Mama, zegt Max even later, ‘Anders hadden we nu vol met blauwe plekken gezeten.’ ‘Dat denk ik ook, Max’, antwoord ik, ‘Dat denk ik zeker.’ |