Zus & Zonen
dinsdag 22 mei 2007 
Max
9 jaar, 5 maanden, 3 weken en 6 dagen
VANDAAG
8.45 - 15.00 uur: school
Spelen met Yanick
 
Jan
6 jaar, 1 maand, 3 weken en 6 dagen
VANDAAG
8.45 - 12.00 uur: school
Spelen bij Mannes
15.00 - 16.00 uur: zwemles
 
Nieuws
Israëlische luchtaanvallen in Gaza
Israëlische gevechtsvliegtuigen hebben in de nacht van maandag op dinsdag doelen in de Gazastrook aangevallen, nadat bij aanhoudende raketbeschietingen op de grensstad Sderot opnieuw twee mensen licht gewond waren geraakt.
 
Militante Palestijnen in Libanon willen bestand
De militante Palestijnse groepering Fatah al-Islam heeft het Libanese regeringsleger aangeboden de wapens vanaf 13.30 uur (Nederlandse tijd) neer te leggen, mits het leger niet aanvalt. Dat heeft een woordvoerder van de groepering gezegd. Het staakt-het-vuren is niet aan tijd gebonden. ‘Het is onbeperkt zolang ook het leger het naleeft’, zei de woordvoerder.
 
...

Links na de brug
Jan neemt zijn zwemspullen mee naar school, want hij mag met de papa van Mannes mee. Die brengt dan de twee jongetjes naar zwemles. Voor en na de zwemles mag hij spelen bij Mannes. Zoals Mannes vorige week met ons mee ging en volgende week weer gaat doen. Hij vindt het reuze spannend.
Bij Mannes spelen is extra spannend, want Mannes is niet alleen zijn nieuwe beste vriend, maar hij woont ook nog eens op een heel bijzondere plek. Mannes woont namelijk met zijn ouders en zijn zusje op een boot.

‘Vraag je nog even aan de papa van Mannes waar ik Jan op moet gaan halen?’, vraag ik Papa als hij Jan en Max naar school gaat brengen.
‘Het is heel simpel’, legt Papa me later uit, ‘Je gaat de brug over en dan de eerste mogelijkheid die je hebt ga je naar links. Dan na de haven de eerste links en daar is de laatste ligplaats.’

Om half 5 stap ik op de fiets en trap de brug over. Ik fiets flink door, want Max is alleen op de bouwspeelplaats en die wil ik niet te lang alleen laten.
Na de brug fiets ik over een lange dijk. Ik woon toch al zo’n 20 jaar in deze stad, maar hier ben ik nog nooit geweest. Ik fiets een heel eind en zie daar inderdaad aan de overkant een haventje. Alleen is er aan de linkerkant daarna, alleen maar lege oever. Nergens een woonboot te bekennen.
Ik fiets nog wat verder. De instruktie was toch simpel. Maar als ik in het volgende dorp aankom, weet ik dat er iets niet klopt. Ik keer om en fiets terug naar huis. Ik bel eerst de papa van Mannes maar eens. ‘Over welke brug heb je het?’, vraagt die.
Nou moet je weten dat er bij ons in de stad twee bruggen over de rivier gaan, maar één van die twee is vlak bij ons huis. Dat is de brug waar wij over moeten als we naar zwemles gaan. Of als we naar Oma gaan. Of naar Frankijk. Of waar dan ook heen aan de andere kant van de rivier. Dat is DE brug.

Anderhalf uur later fiets ik met Jan over die andere brug weer naar huis. Met de goede brug is het inderdaad heel simpel te bereiken.

Het is al bijna half 7 als we thuis aankomen. Ik ga maar pannenkoeken bakken. Jan glundert: ‘Het is mijn geluksdag! Ik mocht extra lang bij Mannes spelen èn we eten pannenkoeken.’
‘Dat heb je aan Papa te danken’, grom ik, ‘Die heeft me de verkeerde brug over gestuurd.’
‘Jan kruipt bij Papa op schoot, geeft hem een dikke knuffel en zegt: ‘Dank je wel, Papa!’