Eindelijk vakantie! De kinders hebben al om 12 uur vrij, het weer is prachtig, dus ik wil naar de bouwspeelplaats. Ik wil lekker met een boek onder een boom, terwijl Jan en Max zichzelf vermaken.
Inger wil wel mee met ons. En Flip ook. Met 4 kinderen op de fiets ga ik richting bouwspeelplaats. Daar komen we de bezuinigingen van Balkenende 2 tegen in de vorm van een gesloten hek. De bouwspeelplaats is dicht. De enig overgebleven toezichthouder heeft een snipperdag, hoor ik later. Bummer.
Dan maar naar het kleine speeltuintje bij ons in de straat.
Al snel krijgen we daar gezelschap van Yaniek, een jongen uit de klas
van Max en Flip, samen met zijn moeder. Zij kwamen ook van het gesloten hek.
Terwijl de kinderen spelen, zitten de mama van Yaniek en ik onder de
grote boom in het kleine speeltuintje te kletsen. Boven ons hoofd begint
het te bewegen. Eerst een beetje, maar al snel gonst er iets door de
lucht. Boven in de boom heeft kennelijk een dwalende bijenkoningin een plekje gevonden. Haar volkje volgt en dan wordt het stil in de lucht en zit er een kluit bijen op een tak in de boom.
Flip vertrekt. Yaniek en mama vertrekken. En voor Max heeft Jan, Inger
en Nina en Llan die erbij gekomen zijn richting televisie gepraat. Weer
thuis google ik ‘imker’ en vind de plaatselijke bijenvereniging. Ik
weet dat die vaak blij zijn met een nieuw volk. En het lijkt me, ook
voor de kinderen, leuk om zo’n aktie eens te zien.
Binnen een
uur is er een imker. De zwerm zit heel hoog, dus moeten we eerst een ladder zien te ritselen.
Dat lukt en met wat kunst en vliegwerk met ladder, korf en zachte veger,
heeft de imker even later een korf vol bijen.
Ik trommel intussen 5 kinderen voor de televisie vandaag. Kom kinderen,
er is wat bijzonders te zien! Max, Jan, Inger, Nina en Llan komen allemaal
wel snel aangerend.
Max kijkt eventjes en vindt het maar niks. Die moet niet veel hebben
van dingen die vliegen en steken. Hij gaat snel weer terug naar zijn
televisie. Llan gaat achter Max aan.
Jan en Inger vinden het wel leuk. Ze kijken een tijdje geboeid en gaan
dan schommelen.
Nina blijft er bovenop. Nieuwsgierig volgt ze alles wat de man met
het rare pak en de pijp doet. Aandachtig bestudeert ze de korf vol friemelende
bijen. ‘Die is niet bang’, zegt de imker. Vol enthousiasme zoekt ze
een steen voor de imker om zijn korf even op te leggen.
De korf met bijen moet nog een tijdje rustig blijven staan om de nog
rondvliegende bijen weer terug bij de koningin te krijgen. De imker vertelt
honderduit aan mij en iedere nieuwsgierige straatgenoot die langsloopt.
Over bijen-prinsessen en koninginnen met geurklieren om de bijen te
lokken. Dit is een nazwerm met een prinses, want het is een kleine zwerm.
Een prinses is een nog jonge onbevruchte koningin.
Hij demonstreert
de lege kast die hij bij zich heeft en moedigt ons aan om het instruktiemateriaal
wat zijn vereniging speciaal voor basisscholen heeft gemaakt bij onze
school aan te prijzen.
Intussen vliegen alle bijtjes weer keurig naar hun prinses in de korf.
En als bijna de hele zwerm gezellig bij elkaar zit, wikkelt de imker er een doek omheen en vertrekt blij met zijn nieuwe volk.
Als Papa nog geen kwartier later thuiskomt, wil ik de kinderen het avontuur
laten vertellen. ‘Weet je nog, kinderen, van de bijen in het speeltuintje?
Vertel Papa eens!’
‘Oh ja’, zegt Jan, ‘er waren bijen.’ ‘Ja’, zegt Max, ‘bijen.’ |